Een rijk en hartig stoofgerecht uit de Bourgogne, waarin rundvlees langzaam gaart in rode wijn samen met spek, ui, wortel en champignons. Het resultaat is mals vlees met een diepe, volle smaak. Perfect voor een gezellige avond en heerlijk met aardappelpuree of knapperig brood.
Ingrediënten (voor 4 personen)
- 800 g runderstoofvlees (bijv. riblappen of sukade), in blokjes
- 150 g spekblokjes
- 2 eetlepels bloem
- 2 eetlepels olijfolie
- 2 grote uien, grof gesneden
- 2 wortels, in plakjes
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 250 g champignons, gehalveerd
- 500 ml rode wijn (bij voorkeur Bourgogne)
- 250 ml runderbouillon
- 2 eetlepels tomatenpuree
- 2 laurierblaadjes
- 2 takjes tijm
- Zout en versgemalen peper
Stap 1 – Voorbereiding
Dep het vlees eerst goed droog met keukenpapier zodat het niet gaat koken maar mooi kan bakken. Bestrooi de blokjes daarna met zout, peper en een dun laagje bloem.
Zet een grote braadpan op middelhoog vuur en verwarm er olijfolie in tot deze glanst. Leg een deel van het vlees in de pan en bak het rondom bruin. Doe dit in porties zodat de pan niet te vol raakt en het vlees echt een korst krijgt. Haal de blokjes zodra ze mooi gekleurd zijn uit de pan en leg ze apart op een bord. Bak vervolgens de spekblokjes in dezelfde pan tot ze goudbruin en licht krokant zijn.
Voeg de grof gesneden uien, de plakjes wortel en de fijngehakte knoflook toe en roer alles goed door zodat de groenten het spekvet opnemen. Laat dit samen een paar minuten bakken tot de uien glazig worden en de wortels een beetje kleur krijgen. Zo bouw je stap voor stap een stevige smaakbasis voor de stoof.
Stap 2 – Stoofbasis maken
Doe het vlees dat je eerder hebt aangebraden weer terug in de pan bij de spek en groenten. Roer er de tomatenpuree doorheen en laat dit kort meebakken zodat de smaak wat dieper wordt en de puree zijn scherpe randje verliest.
Schenk daarna de rode wijn erbij en roer goed door zodat alle bruine aanbaksels van de bodem loskomen en oplossen in de saus, dat geeft veel extra smaak.
Voeg vervolgens de bouillon toe samen met de laurierblaadjes en de takjes tijm. Breng het geheel rustig aan de kook en zodra het borrelt zet je het vuur laag zodat het zachtjes kan sudderen. Zo krijgt het gerecht de tijd om alle smaken te laten samenkomen en het vlees langzaam mals te worden.
Stap 3 – Langzaam stoven
Laat het gerecht rustig 2,5 tot 3 uur sudderen met de deksel op de pan zodat de smaken goed kunnen intrekken en het vlees langzaam mals wordt. Het doel is dat het vlees uiteindelijk boterzacht is en bijna uit elkaar valt.
Voeg de champignons pas het laatste half uur toe zodat ze hun eigen smaak behouden en niet te zacht worden. Roer ze voorzichtig door de saus en laat ze mee garen terwijl het gerecht verder pruttelt. Zo krijg je een stoof die rijk en vol van smaak is, met vlees dat smelt op de tong en champignons die nog een stevige bite hebben.
Stap 4 – Serveren
Proef het gerecht zodra het klaar is en voeg indien nodig nog wat extra zout en peper toe om de smaken goed in balans te brengen. Schep de Boeuf Bourguignon daarna op en serveer met romige aardappelpuree, een stuk knapperig stokbrood of een zachte polenta zodat je de rijke saus goed kunt opnemen.
Maak het geheel af met een beetje verse peterselie eroverheen voor een frisse en kleurrijke toets. Zo heb je een klassieke stoof die zowel stevig als verfijnd is en perfect past bij een gezellige maaltijd. Eetsmakelijk!